Home » Blog

Verhalen over leven, liefde en loslaten

 

Gebroken

Het was de alcohol die zijn leven regeerde, de alcohol die zijn stemming bepaalde. Niemand weet waarom hij koos voor een vlucht in de drank, welke pijn hierachter schuil ging. Wat iedereen wel weet, is dat hij niet de man en vader kon zijn die zijn gezin nodig had. Dat de drank alles kapot maakte, ook de mensen die hij liefhad.

Met gemengde gevoelens zitten ze in de aula, zijn vrouw en kinderen. Met gevoelens van rust en opluchting dat hij niet langer hun leven kan bepalen, met nauwelijks ingehouden woede om wat hij hen heeft aangedaan en daarachter het verdriet om alles wat er had kunnen zijn, maar er nooit is geweest.

Ik vertel het eerlijke verhaal, de pijnlijke waarheid. En toch wil ik daar nog iets aan toevoegen. Want ook híj mag er zijn als mens, ondanks al zijn tekortkomingen en beperkingen. Ik weet dat ik makkelijk praten heb. Ik heb niet geleden onder zijn grillen, ik ken de angst niet waarin zij hebben geleefd, de wanhoop die ze gevoeld moeten hebben. En toch ...

Het was een moeizame zoektocht naar mooie herinneringen, maar ooit, lang geleden, was hij een jonge man en zij een jong meisje en stonden ze samen aan het begin van hun leven. Maakten ze plannen en zagen ze een toekomst voor zich. En ook dat verhaal mag vandaag klinken. Niet alleen om hém recht te doen, maar ook om háar recht te doen. Want hoe vaak was het haar niet gezegd, voor de voeten geworpen: "Waarom laat je dit allemaal gebeuren!? Ga toch bij hem weg!" Veel mensen hadden haar laten vallen, soms veroordelend, soms machteloos. Het was een eenzaam leven geweest.

En dus vertel ik vandaag bij zijn afscheid ook over die rustige jongeman met zijn mooie lange haren, op die barkruk in een discotheek. De jongen met de lieve, zachte ogen die niet kon dansen, maar haar die avond wel op zijn brommer naar huis bracht. Met wie ze nachtenlang kon praten en in wiens sterke armen ze zich veilig voelde.

En terwijl ik het vertel, zie ik haar ogen even oplichten en dwars door de pijn heen vang ik een glimp op van de liefde die er ooit was en die nooit helemaal is verdwenen.

 

---

 

 

Lente

De kortste weg naar huis is via de snelweg, maar ik besluit de navigatie te negeren en binnendoor te rijden. Ik rijd langs frisgroene uiterwaarden, een glinsterende IJssel, bloeiende magnolia en Japanse kers, weilanden vol lammetjes. Door de openstaande ramen komt van alle kanten het geluid van zingende vogels de auto binnen en waait een zachte wind de zwaarte uit mijn hoofd.

Het afscheid was mooi, de liedjes prachtig, de woorden zorgvuldig gekozen, de goede herinneringen benoemd. Maar er was ook de pijn van dit onverwachte afscheid, deze zelfgezochte dood. Het verdriet, de wanhoop, de boosheid en de vragen die voor altijd onbeantwoord blijven.

Het leven viel hem zwaar, de glans was eraf. Het gemis van zijn geliefde was al jarenlang groot. Maar niemand wist dat het zo donker was in zijn hoofd dat hij de lentezon niet meer zag schijnen, niet meer de liefde kon voelen van de mensen om hem heen. Dat het zo donker was in zijn hart dat hij de dood als enige oplossing zag.

Ik zie het zonovergoten landschap voorbijglijden, er springt een haas door het veld, vogels vliegen met takjes, de bermen staan vol pinksterbloemen. Alles nodigt uit om het leven te vieren, niet om het te eindigen.

Het lijkt tegenstrijdig, maar misschien is het dat wel niet. Misschien was het juist de uitbundige volheid van de natuur die de leegte dieper deed voelen, misschien was het de explosie van kleur die zijn verdriet zwarter maakte, deed al dat nieuwe leven des te meer terug verlangen naar het leven samen.

Misschien.
We zullen het nooit weten.

 

---

 

 

Regie

"Dus als ik straks dood ben, gaat ú mijn verhaal vertellen?" Vanuit een bleek en rimpelig gelaat kijken twee helderblauwe ogen me doordringend aan. Nog maar een week geleden heeft ze de fatale diagnose gehoord. De kanker heeft zich ongemerkt een weg gebaand door haar lichaam en er zijn geen mogelijkheden meer tot behandeling.

Met de kenmerkende doortastendheid waarmee ze het leven tegemoet trad, richt ze zich nu op het naderende einde ervan. Haar spulletjes zijn verdee...ld onder haar kinderen en kleinkinderen, de muziek voor haar afscheid is uitgezocht, haar kleding hangt klaar. Er staat echter nog één belangrijke vraag open: wie gaat de afscheidsceremonie leiden?

Ze zit in een grote fauteuil middenin de kamer. Een kwieke oude dame, zorgvuldig opgemaakt en het haar keurig gekapt. Naast haar zitten haar zoon en dochter. Het gesprek duurt hooguit een half uur. Een gesprek waarin zij haar wensen duidelijk maakt: dit wel, dat absoluut niet, die muziek moet gespeeld worden bij binnenkomst, deze tekst moet als laatste voorgelezen worden. En hoe denk ik dat met de bloemen te gaan doen?

Meestal ben ik degene die de vragen stelt, maar nu zijn de rollen omgedraaid. Zij vraagt, ik vertel wat ze van mij mag verwachten. Even bekruipt me het gevoel dat ik auditie moet doen. Zij is de regisseur en ik mag een rol spelen in het verhaal van haar leven. Een bijrol als verteller weliswaar, maar wel één die ze uitermate serieus neemt. Ondanks haar broze gezondheid voel ik in alles haar levenskracht. Als ik afscheid neem, maken we een afspraak voor een week later. Dan zal ze mij haar levensverhaal vertellen.

Vier dagen later krijg ik een berichtje van de dochter. Na ons gesprek is haar moeders situatie snel verslechterd. De pijn kan nog bestreden worden met morfine, maar dat zal niet lang meer duren. De volgende dag bereikt mij het bericht van haar overlijden. Het zijn haar kinderen die mij in de dagen erna haar levensverhaal vertellen. Zo kleuren ze het beeld in van de vrouw die ik even mocht leren kennen.

De afscheidsceremonie draagt in alles haar stempel, van de roze rozen op haar kist tot aan de woorden die gesproken worden. De bloemstukken brengen we naar de oorlogsgraven, geheel volgens haar wens. Als we op het punt staan terug te lopen naar de auto's breekt plotseling de zon door. Het licht valt precies op de bloemen en iedereen houdt zijn adem in. Als de wolken het zonlicht hebben verdreven, kijken we allemaal even omhoog. "Ik denk dat mama tevreden is" zegt de zoon met een glimlach.Tot het eind had ze de regie.

 

---

 

 

Gemiste kansen

Net 14 jaar was ze en ze zat in de tweede klas van de Mulo. Een zwaar bevochten plek, want haar vader vond het maar onzin dat zij, als meisje, verder wilde leren. Maar zij had grootse plannen voor haar toekomst. Verpleegster wilde ze worden en dan werken in een ziekenhuis in de grote stad, weg uit het kleine dorp dat haar zo benauwde. Onder druk van de hoofdonderwijzer gaf haar vader toe en mocht ze naar de Mulo. Ze genoot van school, het leren en haar vriendinnen. Toen sloeg het noodlot toe: haar moeder overleed plotseling en ze bleef achter met haar vader en 4 broers. Nood breekt belofte en ze werd van school gehaald om thuis voor het gezin te zorgen. Het was hard werken voor weinig waardering. Het gemis van een moeder en vrouw in huis was groot. Ze trouwde al jong met een jongen uit het dorp om maar thuis weg te zijn. Al snel kwamen er kinderen en werd haar leven gevuld met het moederschap en het huishouden. Van leren is het nooit meer gekomen. Haar kinderen hebben haar gestimuleerd op latere leeftijd een opleiding te gaan volgen, maar ze durfde het niet meer aan. Wie zat er nu nog op haar te wachten?
Ze heeft een goed leven gehad, zo vertelde ze de kinderen op haar sterfbed. Haar echtgenoot was goed voor haar geweest, ze hadden samen 4 mooie kinderen gekregen en de kleinkinderen waren de lichtjes in haar leven. Trots was ze dat ze allemaal iets van hun leven gemaakt hebben: een mooie opleiding, een goede baan. En dat leren van haar, ach, dat was misschien toch nooit iets geworden...

Hij was op de lagere school de beste van de klas. Hij wilde eigenlijk overal de beste in zijn, altijd winnen. Ambitieus als hij was, wilde hij de wereld ontdekken, reizen en werken in het buitenland. Hij begreep wel dat hij als arme arbeidersjongen weinig kans maakte en dus deed hij nog harder zijn best. Als zijn rapport maar goed genoeg was dan moest het goed komen. Na de lagere school lonkte de HBS, maar hij werd naar huis gehaald. Er moest brood op de plank komen en als oudste zoon was hij voorbestemd het kleine boerderijtje van zijn vader over te nemen. Met lede ogen zag hij de rijke jongens met hun matige rapporten doorstromen naar de HBS, terwijl zijn negens en tienen niets meer waard waren. Op zijn 18e moest hij in dienst en besloot niet meer terug te keren naar de boerderij. Hij stichtte een gezin in het westen van het land en werkte zich met avondstudies door de jaren heen omhoog. Zijn werk, zijn studies en zijn gezin vulden zijn leven. Van de wereld ontdekken is het niet meer gekomen of het moeten de gezinsvakanties met de caravan in Europa zijn geweest. Het heeft altijd aan hem geknaagd dat hij het niet verder heeft gebracht in het leven. Een diep gewortelde onzekerheid, het gevoel niet goed genoeg te zijn, heeft hem altijd achtervolgd. Diep van binnen is hij die arbeidersjongen gebleven, al heeft hij nog zo hard geknokt om boven zichzelf uit te stijgen. Hij zei het vaak: wie voor een dubbeltje geboren wordt ...

Af en toe vertel ik thuis aan mijn pubers wel eens een stukje van zo'n levensverhaal. Maar na een paar zinnen zie ik hun blik alweer afdwalen naar hun mobieltje. Het staat te ver van hun leefwereld af om indruk te maken. En ook ik kan me nauwelijks voorstellen hoe dat toen geweest moet zijn.

En toch blijf ik deze verhalen vertellen.
Bij het afscheid, om daarmee recht te doen aan het geleefde leven.
Aan de keukentafel, in de hoop dat er toch iets van betekenis blijft hangen.
En hier, omdat ook deze verhalen een plek mogen krijgen.

 

---